August Wilhelm Philip (Guus) Weitzel (1816-1896)
August Willem Philip (Guus) Weitzel, geboren in Den Haag op 6 januari 1816, was de zoon van de uit Duitsland stammende ritmeester Johan Philip Weitzel en Louise Diaz de Vivano, dochter van luitenant-kolonel de Vivano, de directeur van de artillerieschool in ‘s-Gravenhage.
De conservatief liberale beroepsofficier Weitzel was in twee kabinetten minister van Oorlog. Hij was ook Minister van Koloniën ad interim in het kabinet-Heemskerk Azn.
Ridder in de Militaire Willems-Orde
Guus Weitzel werd niet opgeleid op de KMA, maar in het leger; hij was nadien als kapitein-adjudant van generaal F.V.H.A. Ridder de Stuers actief in Nederlands-Indië. Op 7 juni 1857 werd Weitzel benoemd tot Ridder in de Militaire Willems-Orde vanwege deelname aan de expeditie naar de opstandige Lampongsche Districten. Na terugkeer publiceerde hij als redacteur van de Militaire Spectator veelvuldig over militaire zaken.
Minister van oorlog onder Koning Willem III
In 1873 werd hij minister van Oorlog in het kabinet-De Vries-Fransen van de Putte. Daar bracht hij een wettelijke regeling voor het vestingstelsel tot stand, waardoor de landsdefensie moest worden geconcentreerd in de Hollandse Waterlinie met daarbinnen de Stelling van Amsterdam. Het was Weitzel die doordrukte dat het Nederlands-Indisch Leger op de noordpunt van Atjeh een stelling aan zou leggen en zich daarachter terug zou trekken. De opdracht voor de bouw ging naar kolonel Pel. Het was, zo bleek later, een zeer kostbare politieke en militaire fout.
De minister was een voorstander van een ceremonieel en onschendbaar koningschap en botste daarom vaak met koning Willem III. De koning wenste zich niet altijd bij zijn constitutionele rol neer te leggen. De conflicten liepen zo hoog op dat de koning hem na zijn aftreden weigerde te bevorderen tot luitenant-generaal. Weitzel werd kort daarop, tegen zijn zin, als generaal-majoor gepensioneerd.
“Maar Majesteit!”
In het Kabinet-Heemskerk Azn. keerde Weitzel terug als minister. Weitzel liet als een der weinige hooggeplaatste functionarissen in de omgeving van koning Willem III een “Merkwaardigheden uit mijn leven” getiteld dagboek na. Dat werd in 1918 door de familie aan het Rijksarchief geschonken waar het vijftig jaar lang alleen met toestemming van de Minister van Onderwijs mocht worden ingezien. In 1968 werden delen van het uit meerdere cahiers bestaande dagboek gepubliceerd onder de titel “Maar Majesteit!”.
Vooruitstrevend als militair
Weitzel was een vooruitstrevend man. Hij keerde zich tegen het overleefde eergevoel van de militair en de daaruit voortkomende tweegevechten, het zogenaamde duelleren en zette zich voor betere arbeidsomstandigheden in. Als hoofd van de schietopleiding benaderde een Fransman, de heer Pertuiset, hem in 1866 met een aanbod om het exclusieve recht op de vervaardiging van gepantserde exploderende kogels, we zouden nu van “Dumdumkogels” spreken, aan Nederland te gunnen. Proeven met blokken gelatine en kadavers toonden de verschrikkelijke uitwerking van deze kogels op een lichaam en Weitzel wees het, in zijn ogen “barbaarse”, aanbod beslist van de hand. Het gebruik van deze kogels werden later in een internationaal verdrag verboden.
Onderscheidingen
Gedurende zijn leven ontving Weitzel de volgende onderscheidingen:
- Ridder in de Orde van de Eikenkroon, 26 maart 1853
- Ridder in de Militaire Willems-Orde, 7 januari 1857
- Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 12 mei 1874
- Het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier
August Wilhelm Philip Weitzel overleed op 29 maart 1896 in Den Haag.
Meer informatie over August Wilhelm Philip Weitzel is te vinden op Wikipedia.

